verslag: AgroFood Klimaatevent

Meer artikelen
voedselindustrie.jpg

Op vrijdag 18 mei heeft het Agro Food klimaat Evenement plaatsgevonden, georganiseerd door FNLI, MVO, COV, Nevedi, NEPLUVI en RVO.nl.

Tijdens dit evenement voor de voedingsmiddelenindustrie zijn de ruim 60 aanwezigen uitgebreid geïnformeerd over het klimaatakkoord en de mogelijkheden die bedrijven hebben om vergaande stappen te zetten naar het verduurzamen van hun bedrijfsvoering. In een viertal dynamische werksessies is uitgebreid ingegaan op de vragen en onderwerpen aangedragen door de aanwezigen. Een inspirerende en succesvolle ochtend!

Mooie balans tussen beleid en praktijk

Johan Russchen, Directeur Public Affairs van AVEBE heeft voor een volle zaal de dag geopend namens FNLI en een eerste beschouwing gegeven op de uitdaging van 3-4 Mton CO2 besparing voor de levensmiddelen industrie. Voor de zomer moet er een klimaatakkoord liggen op hoofdlijnen. "Ik hoop dat het lukt maar er is nog veel onduidelijk, goede randvoorwaarden zijn belangrijk" geeft hij aan. "We moeten iets doen als bedrijven en bedrijfsleven om bij te dragen aan een stevige CO2 reductie" omschrijft hij de opgave. Deze dag draagt bij aan het informeren en inspireren van de aanwezige bedrijven met een mooie balans tussen beleid en praktijk.

Klimaat onderhandelingen

Het beleid wordt toegelicht door Marcel de Groot van EZK, die inzicht geeft in het proces van de klimaatonderhandelingen. Aan 5 verschillende tafels (Industrie, Elektriciteitsopwekking, Vervoer, Landbouw en grondgebruik en Gebouwde omgeving) wordt onderhandeld over het klimaatakkoord. De gezamenlijke opgave is 49% broeikasgas reductie ten opzichte van 1990. Dit is vertaald naar een opgave per tafel, niet per sector en individueel bedrijf. Voor de industrietafel is de additionele opgave 14,3 Mton in 2030, waarbij gekeken wordt naar kostenefficiënte reductiemaatregelen. Inbreng en participatie van alle partijen is gewenst om in 2019 te starten met de uitvoering van het klimaatakkoord.

Groene haven met ultradiepe geothermie

Een van de belangrijke thema’s is het verduurzamen van de warmtevraag. Okke Burggreve van de afdeling havenontwikkeling licht de rol van het Havenbedrijf Rotterdam toe bij de ontwikkeling van ultradiepe geothermie. Het Havenbedrijf wil de voorwaarden scheppen voor marktpartijen om geothermie te exploiteren. Door de enorme investeringen en risico’s van het project om de juiste temperatuur, druk en leveringszekerheid te garanderen wordt er momenteel veel onderzoek verricht. De GreenDeal Ultradiepe Geothermie helpt bij het delen van kennis en ervaringen. Het project biedt een potentie om een belangrijk deel van de haven te verduurzamen.

De evolutie van energiebeleid

Over de evolutie en de uitvoering van het energiebeleid is het woord aan Bert Stuij van RVO.nl. "Voor het klimaat doel zijn alle technieken ingewikkeld, de business cases ingewikkeld, maar het beleid is ook ingewikkeld" zoals Bert de uitdaging verwoordt. Hij beschrijft de beweging van energieakkoord naar klimaatakkoord, CO2 wordt het doel. Van efficiëntie wordt de aandacht verlegd naar duurzaamheid en klimaat. De technologische uitdagingen maken plaats voor een maatschappelijke transitie. In plaats van maatregelen economisch te stimuleren zien we nu meer vraagstukken op het gebied van integratie en inpassing in het systeem. "Nu hopen dat uitvoeringsbesluiten er totaal anders en vele malen effectiever uitzien. Echter er is al veel gebeurd de afgelopen tijd".

Energietransitie in het proces

Het plenaire deel werd gevolgd door een viertal workshops. Paul ten Have van KWA nam de zaal mee met de stappen om tot elektrificatie te komen. "Veel bedrijven zijn stoomjunkies" aldus Paul, en "dat wekken we op met een vlammetje". De belangrijkste vraag is: welke temperatuur heb ik nodig en hoe wek ik dat op. Tot 100 °C kan dat met een warmtepomp. Bedenk wat de ideale installatie in de toekomst is en sluit aan bij natuurlijke vervangingsmomenten, is zijn advies. Vervolgens gaf Steven Lobregt van Sparkling Projects in sneltreinvaart voorbeelden van "gewone bedrijven met gewone mensen" die volledig gasloos draaien met gebruik van een warmtepomp. Zijn advies: "kies geen warmtepomp of koelinstallatie met HFK middelen, die worden uitgefaseerd en de prijs van het koudemiddel zal stijgen". Op de vraag of er geen nadeel zit aan voorop lopen zijn beide heren unaniem. Kijk naar de total cost of ownership. Veel installaties zijn eenvoudiger en je hebt geen verbrandingstoestel meer die geïnspecteerd en onderhouden moet worden. "Het is zaak om nú na te denken hoe je de boel kan verduurzamen".

Innovatie en ontwikkelingen

Tjeerd Jongsma, Directeur ISPT (Institute for Sustainable Process Technology), geeft inzicht in en voorbeelden van de ontwikkelingen en innovaties die bij kunnen dragen aan de energietransitie, zoals samenwerking tussen bedrijfstakken (staal en chemie, waardoor CO2 een grondstof wordt, restwarmte slim gebruiken, etc.) Hierbij is het van belang niet alleen naar de keten te kijken, maar de voedselverwerkende industrie moet zelf ook wat doen. Dan is het de vraag wat je wel en niet kan doen. In de eigen processen is dat vaak een beperkt deel. Op een gegeven moment kun je niet meer energie besparen, "de citroen is leeg". Het is dan juist zaak om bij de transitie samen te werken met anderen en samen een oplossing voor de emissie te vinden. Uit de discussie kwam naar voren dat hierbij een organisatie die het ketenstuk gaat trekken nodig is. Om dit goed op te pakken zijn de volgende onderwerpen van belang: kennisdelen, ketengedachte, samenwerken, circulair, voedselverspilling, data on demand. Daarnaast is nieuwe/ aangepaste wetgeving nodig. Een restproduct wordt nu vaak gezien als afval, terwijl het vergisten van slachtafval warmte en energie oplevert. De Taskforce Herijking Afvalstoffen is in het leven geroepen om de transitie naar de circulaire economie te versnellen. Een ander voorbeeld is wetgeving over teruglevering. Ook in EU verband zouden afspraken over terugleveren gemaakt moeten worden. Tot slot is het belangrijk om kennis en ontwikkelingen te delen. Bedrijven moeten echter zelf ook communiceren wat hun technische behoefte is. Er is namelijk al veel beschikbaar.

Van kosten naar opbrengsten

Lennart van der Burg van TNO schetst de ontwikkeling van duurzame energie opwekking. De potentie is groot en er zitten veel projecten in de pijplijn, zowel zon-PV als wind als geothermie. Echter, de vraag naar elektriciteit wordt door elektrificatie ook steeds groter, deze zal verveelvoudigen. Dus de flexibiliteit van het elektriciteitsnet wordt belangrijker dan ooit. Als voorbeeld wordt een project bij Emmtec genoemd waar een hybride ontgasser op afstand wordt geregeld. "Dat is spannend omdat iemand anders aan de knoppen zit", aldus Lennart. Daarna neemt Bert Wever, ondernemer in Kampen de zaal mee bij de ontwikkeling van 4 windturbines en 10.000 zonnepanelen op het bedrijventerrein in Kampen. De realisatie van de 4 windturbines heeft 14 jaar geduurd, mede door ontbrekend lokaal beleid. De opgewekte elektra wordt achter de meter direct gebruikt bij Graansloot Kampen en MBI beton. Door cablepooling (waarbij zon en wind samen op een kabel zitten) was het niet nodig de trafo’s en het net te verzwaren. Graag wil hij uitbreiden met 4 extra windturbines die de elektra omzetten in waterstof om het vervoer op het bedrijventerrein mee te verduurzamen. Dit moet volgens Bert zonder subsidie kunnen. "Zorg dat de business case goed is", aldus Bert. "Als ik er wat in zie, dan ga ik er voor".

De financiering en subsidie mogelijkheden

Maarten Smeding van De Kleijn energy consultants & engineers bracht een praktijkvoorbeeld mee van een voedingsmiddelenfabrikant. Hij lichtte deze casus toe waarbij ze voor dit bedrijf via identificatie van de besparingsopties aan de hand van een warmtestudie tot een businesscase zijn gekomen voor investeringen in energiebesparing met een 'eenvoudige' terugverdientijd van 3,6 jaar. Vaak is de terugverdientijd langer, er zijn echter wel allerlei instrumenten beschikbaar die investeringen in energiebesparing en toepassing van duurzame energie aantrekkelijker maken. Ruben Overgoor van RVO heeft in het kort een beeld gegeven van dat instrumentarium. Hij gaf hierbij aan dat er voor verschillende fases in een innovatietraject verschillende instrumenten beschikbaar zijn, dat belangrijk is in een vroeg stadium deze mogelijkheden te verkennen en hoe dat te doen. Vanuit de zaal kwam de opmerking dat er heel veel aan informatie is en er heel veel instrumenten zijn, maar dat er behoefte is aan een goede ontsluiting van deze kennis en mogelijkheden. Tevens is men benieuwd naar de toekomst van instrumenten, met name de SDE en het instrumentarium vanuit het klimaatakkoord. Tijdens deze dag was het echter nog te vroeg om daar concreet inzicht in te geven.

De uitdaging in beeld

Door het AgroFood Klimaatevent is de voedingsmiddelenindustrie geïnformeerd over het klimaatakkoord,  en zijn tal van praktijkvoorbeelden gedeeld door bedrijven die al voortvarend aan de slag zijn gegaan met het verduurzamen van hun processen. Er is veel mogelijk, maar deel deze informatie en bied concreet inzicht in de opties,  is een veelgehoorde opmerking van het publiek. Hier is duidelijk een rol weggelegd voor alle partijen die aanwezig waren. De vragen "Wat ga je morgen anders doen?" en "Wat ga je over twee jaar anders doen?" leidden tot een levendige discussie over ideeën en mogelijkheden onder de deelnemers. Naast de uitdagingen komen hiermee ook de oplossingen in beeld.

Service menu right