verslag: Workshops bio-economie en bio-energie in Tokio

Meer artikelen
Bio-energiecentrale Eneco

In de Nederlandse ambassade van Tokio werd op 6 september een workshop gehouden over de bio-economie in Nederland. Doel was om de samenwerkingsmogelijkheden met Japan te verkennen. De 2 dagen daarna organiseerde IEA Bioenergy een workshop voor Nederland en Japan over de toepassing van biomassa.

Zowel in bij- en meestook als duurzame handel van biomassa loopt Nederland voorop.

Bio-energie is onderdeel van de elektriciteit voorziening

Takuya Yamazaki, directeur Hernieuwbare Energie van het ministerie van economie, schetste het Japanse duurzame-energiebeleid. Kenmerkend is Japans streven naar een onafhankelijke positie in grondstoffen. Het wil diversifiëring in toeleverende landen en bronnen. Bijzonder is ook het grote aandeel dat elektriciteit heeft in de energiehuishouding: 30%, het dubbele van Nederland. Dat maakt de opgave om de Japanse elektriciteitsvoorziening te de-carboniseren ook groter.

In figuur 1 is de productie van elektriciteit te zien. Vooral zonne-energie droeg bij aan het groeiende aandeel hernieuwbare elektriciteit. Dit kwam door de goede terugleververgoeding (FiT) van 40 Yen/kWh tot 2016 (125 yen = € 1).  Er ging 94% van het totale FiT-budget naar zonne-energie. Slechts 3% was voor bio-energie. Toch steeg de geïnstalleerde capaciteit biomassaconversie van 2.400 MW in 2012 naar 3.470 MW in 2017. Maar dit is lang niet voldoende. Sinds 2016 is voor alle hernieuwbare bronnen de FiT ongeveer 25 Yen (bijna € 0,20 /Kwh).

Japan wil in 2030 weer veilige kernenergie introduceren. Ook moet het percentage duurzame energie oplopen tot 24%. Hiermee moeten de klimaatdoelstellingen gehaald kunnen worden (zie figuur 2).

Figuur 1: ontwikkeling duurzame energie in Japan
Figuur 1: ontwikkeling duurzame energie in Japan


Elektriciteit uit biomassa wordt belangrijk in Japan

De hoeveelheid elektriciteit uit biomassa moet de komende jaren sterk toenemen. De FiT moet zorgen voor 12,4 GW. Daarvan is nu 1,15 GW in bedrijf als standalone installaties. Verder bestaat het voornemen (committering) uit 5 GW biomassa, 1,5 GW bij- en meestook en 4,5 GW palmolie. De groei is nodig in aanvulling op het sterk variërende aanbod van zonne- en windenergie. Anders dan Nederland moet Japan deze back-up hebben. Als eilandengroep kan het geen elektriciteit uit de buurlanden halen.

 
 Figuur 2: beleid elektriciteitsvoorziening in Japan in 2030
Figuur 2: beleid elektriciteitsvoorziening in Japan in 2030


De workshop in Tokio bracht het inzicht dat biomassa niet alleen gaat om duurzame elektriciteit. Ook stimulering van duurzame warmte via WKK of standalone is nodig, zoals in Nederland met de SDE+ regeling wordt gestimuleerd.

Biomassavoorziening

Er is in Japan 21 Mm3 hout beschikbaar en 7 Mm3 wordt gebruikt voor energie. Maar de beschikbare hoeveelheid dunningshout groeit niet tot aan 2030. Ook mist het sterk vergrijzende Japan de human resources om de houtachtige biomassa uit de veelal bergachtige gebieden te oogsten. Evenmin neemt de hoeveelheid bruikbaar afval toe. Japan zal dus biomassa moeten importeren en daaraan net als Nederland duurzaamheidseisen stellen (zie figuur 3).

De import van biomassa in 2017 bestaat uit 0,5 Mton houtpellets uit Maleisië en 1,4 Mton Palm Kernel Shells uit Indonesië.

Figuur 3: bronnen voor biomassa, nu en in 2030

Figuur 3: bronnen voor biomassa, nu en in 2030
 

Ontwikkelingen bio-energie in Azië

Tijdens de workshop waren ook Maleisië, Zuid-Korea, Indonesië, Nieuw-Zeeland en China vertegenwoordigd. De laatste 3 landen, die veel kolen stoken, kregen inzicht en toonden  interesse in bij- en meestook. Ze onderschreven de noodzaak van duurzame biomassa. Daar zitten ook sociale en economische aspecten aan. Zo wees Indonesië op de gevolgen van het voorgenomen EU-besluit te stoppen met palmolie, waardoor kleine agrarische bedrijven zonder inkomen zitten.  

In Zuid-Korea werd het afgelopen jaar 2 Mton PKS en houtpellets uit Vietnam bijgestookt. Maar inmiddels is de bijtelling van bij- of meestook van geïmporteerde biomassa voor de duurzaamheidsverplichting bij elektriciteitsbedrijven uitgesloten. Dat geldt niet voor lokale biomassa. Daarmee kan er 4 Mm3 hout voor energie beschikbaar komen in Zuid-Korea.

Analyses zijn positief over het vooraf roosteren van biomassa (torrefactie). Er was veel steun om dat verder te ontwikkelen.

Ontwikkelingen in de bio-economie en samenwerking

In de bio-economie draait het om de valorisatie van hernieuwbare grondstoffen in de totale keten. Er lijkt in Japan een groeiende interesse te bestaan in bio-economie en verduurzaming, mede ingegeven door de huidige uitdagingen op het gebied van energievoorziening. Op de workshop in de ambassade kwamen enkele mogelijkheden aan bod. Zoals DSM, dat in Japan bioplastics produceert voor Apple. Of een casus over de introductie van energieneutrale, hightech kassen voor de productie van tomaten en paprika’s.

Het laatste lijkt een mooi voorbeeld om een onderzoeksprogramma op te zetten met als mogelijk thema ‘Digitalisation in the Bioeconomy to support sustainable production and use of biomass’. In Japan is namelijk veel ervaring met elektronica en digitale applicaties. Die zou gekoppeld kunnen worden aan de praktische Nederlandse aanpak om zo veel mogelijk waarde uit biomassa te halen en duurzaamheid te garanderen. In overleg met het bedrijfsleven kunnen onderdelen worden uitgewerkt. Denk aan het gebruik van satellietbeelden voor land- en bosbouw. Of de ontwikkeling van slimme, digitale sensoren voor bijvoorbeeld logistieke, biotechnologische en thermische processen. Zowel bedrijven als de Nederlandse of Japanse overheid kunnen er geld in steken. De marktkansen voor Nederlandse bedrijven zijn aanwezig, mits het een uitgesproken technologie betreft, zoals Blackwood met torrefaction. Voor andere technologieën is nadere verkenning nodig.

Samenwerkingskansen Nederland en Japan rond bio-energie

  1. Nederland kan van Japan leren hoe bio-energie aanvullend kan zijn op zonne- en windenergie voor een stabiel energiesysteem.
  2. Japan kan van Nederland leren hoe duurzame warmte via biomassa, warmtenetten en WKK in de industrie toegevoegd kan worden aan het energiesysteem.
  3. Japan kan van Nederland leren hoe dergelijke initiatieven generiek gestimuleerd kunnen worden. Het kan kosteneffectief via veilingen worden gerealiseerd. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voert dit zo uit voor de SDE+ regeling.
  4. In Nederland zijn strenge criteria voor import van biomassa ontwikkeld. Die kan Japan ook toepassen.
  5. Transport van biomassa vereist veel logistiek en een hoge energiedichtheid. Vooraf roosteren van biomassa (zowel pyrolyse als torrefactie) kunnen hiervoor worden benut. Bedrijven als Empyro en Blackcoal kunnen dat leveren.
  6. Het is de vraag of leveranciers van bio-CHP-ketels (WKK) of ketels voor warmte kans maken in de Japanse markt. Er lijkt een voorkeur te zijn voor lokaal geproduceerde apparaten.
  7. Nederland kan advies geven aan Japan over systemen. Een voorbeeld is de due diligence door DNV/GL (voorheen Kema).

Vervolgacties

Er zijn veel verschillende mogelijkheden voor samenwerking. Het kan gaan om innovatie, het leveren van kennis en ten dele ook producten. Vanuit IEA Bioenergy wordt de samenwerking met Japan versterkt. Japan heeft toegezegd aan meer Taken deel te nemen.

Meer lezen?

Vragen?

Neem contact op met RVO.nl via email.

Service menu right