Voorzieningen Wet grondgebonden groei melkveehouderij

Meer artikelen

Was uw melkveefosfaatoverschot (MFO) in 2014 door bijzondere omstandigheden minimaal 5% lager? Had u in 2014 tijdelijk minder kilogrammen fosfaat met melkvee geproduceerd? Of had u meer grond in gebruik vanwege realisatie van een natuurgebied of publieke infrastructuur? Dan kunt u dit tot en met 15 februari 2018 bij ons melden.

Mogelijk kunt u aanspraak maken op voorzieningen in de Wet grondgebonden groei melkveehouderij. Deze wet gaat is per 1 januari 2018 ingegaan en opgenomen in de Meststoffenwet.

Bijzondere omstandigheden in 2014

In de volgende situaties is er sprake van bijzondere omstandigheden:

  • ziekte of overlijden van een persoon van het samenwerkingsverband van de landbouwer of een bloed- of aanverwant in de eerste graad;
  • dierziekte of ernstige diergezondheidsproblemen op het bedrijf;
  • vernieling van de melkveestal;
  • realisatie van een natuurgebied of aanleg of onderhoud van publieke infrastructuur.
Op mijn.rvo.nl leest u aan welke voorwaarden u per bijzondere omstandigheid moet voldoen. Voldoet u aan alle voorwaarden? Dan kunt u zich tot 16 februari 2018 bij ons melden. Bij goedkeuring berekent u de maximale omvang van uw huidige MFO met de gecorrigeerde MFO van 2014.
 

Publieke infrastructuur vanaf 2018

Geeft u vanaf 2018 tijdelijk landbouwgrond uit gebruik voor aanleg van publieke infrastructuur? Dan meldt u dit bij ons via de Gecombineerde Opgave. De percelen die u uit gebruikt geeft, geeft u door met de code 2033 (tijdelijk onbeteelde grond).

U hoeft geen bewijsstukken mee te sturen, maar u bewaart deze in uw eigen administratie. De percelen waar het om gaat, tellen dan mee als landbouwgrond voor de grondgebondenheid.

De voorwaarden leest u op onze pagina Voorwaarden publieke infrastructuur.

Bedrijfsoverdracht

Bij een bedrijfsoverdracht (wijziging van KvK nummer) is er sprake van een nieuwe situatie. De voorziening is dan niet meer van toepassing.

Wanneer in 2012, 2013 of 2014 een bedrijfsoverdracht heeft plaatsgevonden, moet de veehouder (de aanvrager) kunnen aantonen dat het zijn bedrijf betrof. Is de situatie ontstaan bij de vorige eigenaar, dan komt de nieuwe eigenaar niet in aanmerking voor de voorziening.

Service menu right